#inspiratievanelders – Natuurinclusieve landbouw in Groningen

Je bent hier: #inspiratievanelders – Natuurinclusieve landbouw in Groningen

In het boerenbuitengebied Muntendam staat de boerderij van Peter Harry Mulder en Eline Ringelberg. Een veenkoloniaal akkerbouwbedrijf met bloemrijke akkerranden en struweelaanplant ter bevordering van de akkervogels en de biodiversiteit.

“Als je het door hebt, ga je het zien”, zei Johan Cruijff al. ‘En zo is het bij mij als vogelliefhebber ook gegaan’, zegt Peter Harry. Wat begon met de akkervogel werd de start van een overstap naar Natuurinclusieve Landbouw. Peter Harry en Eline werken dagelijks aan het vergroten van de biodiversiteit en hun gewassen zijn inmiddels praktisch insecticidenvrij

HET OMSLAGPUNT

Als kind al was Peter Harry gefascineerd door vogels. In de jaren 90 werd hij benaderd voor een project met patrijzen. De randen van zijn akkers gaf hij hiervoor een andere bestemming; een gewasmiddelenvrije teelt van rogge, wat het onkruid onderdrukt. Jaren later kon hij meedoen aan agrarisch natuurbeheer met onder andere akkerranden. Hij zag de resultaten daarvan in het veld. “Mijn kennis over gevolg en oorzaak nam toe, en daarmee ook mijn interesse. Wat ik deed had veel invloed op de vogels. Hoe beter de grond, des te gezonder de planten, en hoe meer insecten wat weer meer vogels met zich meebrengt.”

Een win-win dus.

NATUURINCLUSIEVE LANDBOUW

Naast de definitie die is vastgesteld in de omgevingsvisie 2050 heeft ook Peter Harry een duidelijke definitie gecreëerd over natuurinclusieve landbouw.

“Landbouw die de biodiversiteit niet verstoort, maar benut. Natuurinclusieve landbouw is te vergelijken met een bal die je in het midden van een kom wilt laten liggen: een adaptatiemodel. Er is maar af en toe bijsturing nodig.

De hamvraag: hoe maak je van een heuvel een kom? Het antwoord: door de natuurlijke processen in te zetten. In de natuur is ook alles steeds in beweging. Maar steeds als er onbalans dreigt, treden er vanzelf natuurlijke mechanismen in werking die weer naar balans toe werken.” Dat begint in de bodem met het bodemleven. Schimmels, bacteriën, en vele kleine bodemdiertjes leven samen met levende plantenwortels. Organische stof (dode planten- en dierenresten) voedt het bodemleven voortdurend. Ook plantenwortels leveren voedsel aan de bodem: de koolstofverbindingen (suikers) die de planten met fotosynthese maken. Dat complexe ecosysteem zorgt voor allerlei voorwaarden voor leven: het levert alle benodigde mineralen aan de planten; het zorgt ervoor dat er lucht en water in de bodem aanwezig blijft; glomaline gemaakt door schimmels zorgt voor behoud van de structuur in de bodem. Natuurinclusieve boeren willen dat systeem op hun akkers herstellen zodat hun gewassen weerbaarder worden (en gezonder).

BOERENBUITENGEBIED

Alleen bij natuurinclusieve landbouw bleef het niet. Peter Harry heeft samen met Eline en een grote groep vrijwilligers een vrijwilligersgroep opgericht. Het doel van deze werkgroep, het Boerenbuitengebied, is om het gebied rond Muntendam en Zuidbroek (ca. 1000ha) zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor insecten en vogels. Dit in samenwerking met de gemeente, de provincie en het waterschap. Hier zorgen ze voor het beplanten van de bermen, het voorzien van bosschages en akkerranden. Op deze wijze zorgen ze hiermee voor plekken waar vogels en insecten, maar ook de egel en andere zoogdieren zoals reeën, hazen en de hermelijn volop de ruimte krijgen om te overwinteren en te schuilen. Ze beheren wegbermen met verschralingsbeleid: gefaseerd maaien. Ze laten ruigtes staan in de winter voor onder andere poppen, eitjes van insecten. De kansen voor insecten en daarmee vogels wordt hierdoor zoveel mogelijk wordt vergroot.

Het is pionieren

Eline: “De omslag naar natuurinclusief is nog niet voorbij. We zitten nog steeds in transitie. Een gezondere bodem bouw je op in jaren. De problemen, dilemma’s en vraagstukken zijn legio. Allerlei gewasbeschermingsmiddelen zijn slecht voor het bodemleven. Kunstmest en drijfmest idem dito. Dus je moet veel alternatieve werkwijzen ontwikkelen. Het is pionieren.”

Wat heeft het je gebracht?

  1. 7 jaren geen insecticiden tegen luis (op bedrijfsniveau)
  2. Met ingang van 2017 ook neonicotinoïde-vrij
  3. Met ingang van 2018 ‘de rijdende apotheek’ tijdens aardappels poten vervangen door ‘natuurinclusieve’ ondersteuning
  4. NKG ook op kleigrond, waarbij gebruik Glyfosaat beperkt tot bietenteelt
  5. Minder drijfmest, minder kunstmest
  6. De bodemstructuur lijkt goed. Bodemleven lijkt te verbeteren.
  7. We zien geen problemen door groenbemestersmengsel
  8. Het landschap wordt zienderogen mooier en rijker aan leven
  9. Vogels:
    Patrijs op Boerderij 3paartjes met kuikens (wisselend afh.v. weer en predatie); Veldleeuweriken; Grauwe kiekendief (en soms velduil); Blauwe kiekendief, nu ook ‘s zomers; Kneu; Kwartels; Roodborsttapuit; wintervoedselveldjes met geelgorzen, kepen, ringmussen, ZELDZAME gorzen én grauwe klauwier!
  10. Waarnemingen div. soorten vlinders, bijen, en muizensoorten (Dwergmuis)
  11. Steeds meer monitoring en wetenschappelijk onderzoek in ons gebiedje
  12. Het gevoel zinvol bezig te zijn.
  13. Oogsten zijn prima geweest tot nu toe. Het is te kort dag om effecten te signaleren.

Heb je tips voor collega’s?

  • Richt je op insecticide-vrij waarbij nuttige insecten de bladluispopulatie laag houdt. Veel maatregelen bevorderen deze functionele agrobiodiversiteit (‘FAB’).
  • Begin waar mogelijk met minimale bodembewerking ‘NKG’, dwz niet (diep) ploegen, dat ook bodembedekking in de winter mogelijk maakt: beide maatregelen zijn goed voor bodemleven en nuttige insecten en spinnen.
  • Zorg voor minimaal 5% ‘natuurlijke begroeiing’ met akker- en bloemenranden, via agrarisch natuurbeheer (gesubsidieerd in aangewezen akkervogelgebieden).
  • Plant voor overwintering van insecten struweel in het open akkerlandschap (10m2 per 10ha werkt ook als een magneet op akkervogels, waaronder patrijs, geelgors en kneu).
  • Klepel niet in het vroege voorjaar en laat in de herfst eens een stukje sloottalud ongemoeid (vindt het waterschap prima).
  • Moedig gemeente, waterschap, nutsbedrijven en overige grondgebruikers aan de ‘natuurlijke begroeiing’ te bevorderen (vanwege die 5% eis voor betrouwbaar insecticide-vrijeteelt) met ecologisch bermbeheer van de veldwegen met verschralingsbeleid (gefaseerd maaien), aangevuld met natuurvriendelijk inrichten van bermen en overhoekjes met plukjes struweel. Dat is echt het ‘laaghangend fruit’ voor biodiversiteitherstel in het akkerlandschap. Maar dat kan de boer niet alleen.

In hoeverre heb je je verdiept in strokenteelt? Is het al een onderdeel van je bedrijfsvoering?

Eline: ”Dit jaar zijn we hiermee begonnen op een perceel van 20 ha, met een werkbare strookbreedte, namelijk 27 meter breed. Ik verwacht hier geen bedrijfsmatig voordeel maar schept (met financiële ondersteuning) wel experimenteer-ruimte op kleine schaal met teeltverruiming. Bijv. 3jarige lucerneteelt in het kader van de kringloopgedachte en bodemverbetering. Maar dit voedergewas Lucerne (of veldbonen) betekent ook biotoopverbetering voor onder andere de zeldzaam geworden grauwe gors. Strokenteelt doe ik vooral voor de patrijs: het betekent schaalverkleining waarin meer (nuttige) insecten overleven. Beide zijn erg aantrekkelijk voor de zeldzaam geworden patrijs.”

Heb je nog iets nodig? Kennis/vrijwilligers/etc.

Een GLB dat ruimte biedt aan deze ontwikkeling en hem faciliteert. Alleen als er betere (kostendekkende-) prijzen komen, kunnen boeren minder intensief gaan produceren. Met slechts 17% prijsstijging over alle gewassen, kan de intensieve aardappelteelt worden gehalveerd, en ontstaat er ruimte voor bodem verbeterende (rust-)gewassen. In het huidige EU-beleid wordt dat vrijwel onmogelijk gemaakt. Ook beschikbaarheid van vaste, ruige stalmest zou een probleem kunnen worden als veel akkerbouwers natuurinclusief gaan werken. Kennis en ervaring is wel beschikbaar in buitenlandse publicaties. Overal in de wereld zijn boeren bezig met de landbouwtransitie. Wij ontwikkelen onze eigen ervaringen en delen deze zoveel mogelijk. Het zou wel fijn zijn als daarvoor ook geld beschikbaar was. Het kost ontzettend veel tijd. We kunnen lang niet aan alle verzoeken voldoen.

Een persoonlijke boodschap

De maatschappij kan niet van boeren verwachten dat alleen zij de biodiversiteit in Nederland gaan redden. De transitie naar een natuurinclusieve landbouw valt of staat met EU-GLB, en dat zijn politieke keuzes. Daarin past niet het stimuleren van veel en zo goedkoop mogelijk voedsel produceren, waarbij stelselmatige overschotten leiden tot dumpprijzen, en daarmee tot schaalvergroting en intensivering om het hoofd boven water te houden.

Linkjes

Deltaplan Biodiversiteitsherstel

Strokenteelt

Natuurinclusieve landbouw

Peter Harry Mulder Akkernatuur presentatie

 

 

 

 

 

 

2019-05-20T09:18:21+00:00