Klimaatadaptatie door de ogen van de trekvis

Je bent hier: Klimaatadaptatie door de ogen van de trekvis

We vroegen Jaap Quak, Sportvisserij Nederland een artikel te schrijven over klimaatadaptatie door de ogen van de trekvis en de invloed hiervan op de biodiversiteit.

 

Vismigratie is fascinerend, zowel het ‘hoe’, het ‘wat’ en het ‘waarom’.

Heel veel vissoorten migreren ieder jaar tussen hun verschillende leefgebieden. Sommigen maar twee keer in hun leven. Vooral de migratie van soorten als de zalm en de aal (paling) spreekt tot de verbeelding. Het gaat over afstanden van duizenden kilometers! Maar ook de migratie van bijvoorbeeld spiering, stekelbaars, bot en haring omvat bijzondere biologische aspecten. Ook de meer ‘gewone’ zoetwatervissen als de brasem, de snoek en de baars trekken: tussen hun paai- en opgroeigebieden en de wateren waar ze in de zomer of de winter verblijven.

Wat beweegt de aal ertoe om twee keer in zijn/haar leven over een afstand van 7000 km te migreren?

De laatste decennia is door nieuwe technieken veel meer bekend geworden over vismigratie. Bijvoorbeeld over de typen migratie, afstanden, zwemsnelheden, dag/nacht en het oriëntatie vermogen van vissen. Licht, temperatuur, zoutgehalte zijn van invloed, maar ook chemische signaalstoffen (feromonen) en stoffen die vrijkomen uit het afbraakproces van bijvoorbeeld waterplanten kunnen fungeren als een biologische ‘tom-tom’. Wat beweegt de aal ertoe om twee keer in zijn/haar leven over een afstand van 7000 km te migreren? En wat te denken van de zalm, die zelfs soms meer dan een keer, migreert tussen het paaigebied in snelstromende beken en het koude oceaanwater bij Groenland?

Eten, maar niet zelf gegeten worden

Vismigratie kan alleen worden begrepen vanuit de voedselecologie van larvale en juveniele vissen. Vooral de korte periode dat een larve uit het ei komt en zich moet gaan voeden is cruciaal. Vissen zetten hun eieren af waar de overleving van hun broed zo optimaal mogelijk is. Dat betekent: eten, maar niet zelf gegeten worden.

Vissen hebben allerlei soort specifieke ‘strategieën’ ontwikkeld voor deze optimalisatie, en trekvissen wel een aantal heel bijzondere… Maar ongeacht de soort: leefgebieden dienen van een goede kwaliteit en van een bepaalde omvang te zijn. Van groot belang daarvoor zijn ondiepe, vegetatierijke oeverzones. In combinatie met natuurlijke waterpeilfluctuaties, biedt dit de grootste kans op de productie van geschikt dierlijk plankton. Op de juiste plek, op het juiste moment en voedsel van het juiste formaat… Dit luistert biologisch gezien bijzonder nauw. Een volwassen vis kan bijvoorbeeld prima een paar weken of zelfs maanden zonder voedsel. Een larve nog geen dag.

Het belang van vismigratie voor de biodiversiteit

Veel Nederlandse wateren zijn veranderd: peilen liggen vast, oevers zijn kunstmatig en waterplanten zijn er soms teveel of te weinig. Herstel en verbetering zijn dan ook een belangrijke opgave, niet alleen voor (trek)vissen, maar voor de natuur en biodiversiteit in bredere zin. Zo zijn weidevogels, visetende vogels en ook amfibieën gebaat bij meer natuurlijke land-waterovergangen. Voedselketens en voedselwebben worden erdoor versterkt. Ook de waarde van daarmee samenhangende (blauw-groene) ecosysteemdiensten – denk bijvoorbeeld aan de visserij en de recreatie – kan daarmee worden vergroot. Dit illustreert ook het belang van ‘Achteroeverprojecten’, zoals de Koopmanspolder bij Andijk.

Van zee tot de poldersloot

Trekvissen verbinden letterlijk en figuurlijk leefgebieden…en onze kennis- en interessevelden. Het wel en wee van trekvissen laat ons ook zien hoe het in feite is gesteld met onze wateren: van de zee tot de poldersloot. En welke opgaven, maar ook kansen, er zijn rondom een thema als klimaatadaptatie.

“Leven als een vis in het water” luidt een spreekwoord (het volkomen naar zijn zin hebben).

“Als een vis op het droge” betekent het tegenovergestelde. Inderdaad: de land-water overgangen zijn de crux, ook om trekvissen en klimaatadaptatie met elkaar te verbinden. Net als de noodzaak om leefgebieden verbonden te hebben en te houden. Tot slot: naast het waarom, is ook het hoe van dergelijke verbindingen van bijzonder belang.  Technische innovaties kunnen ons daarbij zeker van dienst zijn.

Jaap Quak

Sportvisserij Nederland

Tekeningen: Jeroen Helmer, ARK Natuurontwikkeling

2019-11-13T10:09:28+00:00